Afscheid speaker Gréon van der Sterren 

Gréon van der Sterren (45) nam vorige week afscheid als stadionspeaker van Targos Bevo Hc. Gréon blikt terug op twintig mooie jaren. 

Je kreeg een mooi cadeau van de spelers. Een overwinning tegen koploper Tongeren United.

Gréon van der Sterren: “Nou, ik had niet anders verwacht. Nee, dat is flauwekul. Het was een mooie wedstrijd en spannend tot het laatst. Het kon niet beter.”

Voorzitter Wil Augustinus (rechts) en Wim Knippenbergh (links) overhandigden afgelopen zaterdag een geste aan Gréon van der Sterren

 

Plus, Bevo is sportploeg van het jaar in Limburg geworden.

“Is dat zo? Ik had er wel rekening mee gehouden, maar had het nog niet gehoord. Super.”

 

Hoe ben jij bij Bevo verzeild geraakt?

“Dat is een lang verhaal. Ik kom van Grashoek, maar bijna al mijn jeugdvrienden kwamen uit Beringe. De meeste speelden handbal bij Bevo. Zo ben ik met de club in aanraking gekomen. Ik ging mijn vrienden volgen, zeker toen een aantal jongens doorstroomden naar het eerste team, zoals Nick Karis en Ron van Berlo. Jan Karis benaderde me op een dag. Ik werkte op dat moment in Amsterdam, maar was me aan het oriënteren op ander werk. ‘Ik heb iemand op kantoor nodig’, zei Jan, ‘en iemand bij Bevo als teammanager’. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Dat was in 1994.”

 

De afgelopen twintig jaar heb je alle hoogte- en dieptepunten meegemaakt.

“Ik weet nog dat Bevo in 1989 voor de eerste keer promoveerde naar de eredivisie. Wat een feest was dat. Het was in die jaren promoveren en meteen weer degraderen. In 1999 bleef Bevo voor het eerst na promotie in de eredivisie. Een tijdje stond het team zelfs bij de eerste vier en dat lokte de NOS naar de sporthal in Panningen. Het was een geweldige ploeg, met jongens als Edwin Korsten, Williams Gommans, Sjoerd Karis, Peter Turlings, Ron van Berlo, en Ron Klemann niet te vergeten. Ron was toen pas 16 jaar. Bevo ontwikkelde zich daarna tot een vaste kandidaat voor de kampioensgroep. In 2004 werd voor het eerst om het kampioenschap gespeeld. Piushof was te klein. De tribune ging drie kwartier voor aanvang op slot. Er kon niemand meer bij. De sfeer was fantastisch, ook in de uitwedstrijden. We gingen geloof ik met zes bussen naar Aalsmeer. Niet te vergelijken met de eerste divisie. Op zondagmorgen spelen in Delft. Tien supporters van de thuisploeg en dertig van Bevo. Dat was wel speciaal. Overal waar we kwamen, waren veel Bevo-supporters.”

 

Absoluut hoogtepunt was het winnen van de landstitel afgelopen seizoen.

“De slagroom op de taart. Bevo speelde voorheen een stuk of zeven bekerfinales, maar wist er nooit eentje te winnen. Maar wel kampioen worden. Als je achteraf hoort hoeveel mensen de drie finalewedstrijden in opperste spanning gevolgd hebben, geweldig gewoon. Als stadionspeaker leefde ik helemaal mee, behalve wanneer er gescoord werd. Het heeft geen zin om door de microfoon te schreeuwen, want dan verstaat niemand je. Dan moet je als speaker een beetje rustig blijven.”

 

Waarom ben je gestopt?

“Sinds een jaar woon ik samen met mijn vriendin in Driebergen. Op en neer rijden neemt teveel tijd in beslag. Dan blijft er in het weekend gewoon te weinig tijd over voor andere dingen. Ik blijf wel bij Karis werken. Twee dagen per week werk ik in Beringe, de rest van de week werk ik vanuit thuis.”

 

We gaan je nooit meer zien in de Heuf?

“Jawel hoor. Ik kom zeker kijken wanneer ik in de buurt bent. Ik vind het handbalspelletje veel te leuk.”

 

Na twintig jaar moet jij Bevo als geen ander kennen. Wat is het voor een vereniging?

“Ik heb binnen de club meer functies vervuld. Ik ben teammanager geweest, speaker, bestuurslid en heb in enkele commissies gezeten. Dus ik ken aardig wat mensen. Het mooie van Bevo is dat het een grote familie is. Het draait niet alleen om het eerste herenteam. De beleving is groot, mede dankzij de inzet van de vele vrijwilligers. Daar kunnen andere verenigingen jaloers op zijn. Wat me altijd trots heeft gemaakt is de beleving. Ook wanneer het minder gaat met de club is de publieke belangstelling groot. Het handbal leeft in Beringe en in de rest van Peel en Maas.”

 

Wat denk jij; heeft Bevo de top bereikt?

“Bovenal hoop ik dat Bevo een hechte familie blijft. Wanneer de club geleidelijk blijft groeien en aandacht blijft schenken aan de opleiding van de jeugd, dan is het plafond nog niet bereikt. Het zou mooi zijn wanneer meer spelers van Bevo naar grote clubs in Europa gaan. Het gaat mij niet zozeer om prijzen winnen. Als het team maar spectaculaire wedstrijden speelt en de Heuf kolkt.”

 

Tot slot; wil je nog iemand bedanken?

“Dat zijn er teveel om op te noemen. Ik heb bij Bevo een geweldig mooie tijd gehad. Ik heb er veel mensen leren kennen en fantastische avonturen beleefd. Ik noem het kampioenschap, de Europacupwedstrijden. Daar ben ik de club Bevo dankbaar voor.”